In de praktijk spreken we van een luchtgekoelde machine of watergekoelde machine.
Dit zegt niets van de manier van koeling van de machine maar over de extra koeling voor het slangenpakket en de lastoorts.
Bij machines met een hoger vermogen of ID (inschakelduur) past men een waterkoeling toe.
De machine zelf wordt gekoeld indien dat nodig is met een ingebouwde koelventilator.
hiermede kan een hogere ID bereikt worden.
Bij het MIG/MAG lassen en in het bijzonder bij het lassen met een kortsluitboog is het belangrijk een stroombron te hebben die snel kan reageren op de veranderingen in de lasboog.
* De verschillende boogtype zijn Kortsluitboog, Openboog, (Pulsboog) hierover later meer.

Als we praten over de eigenschappen van de stroombron dan spreken we van het “DYNAMISCH GEDRAG”
De machine moet dan:
* De kortsluitstroom snel tot de juiste grootte aangroeien om het afsmelten van de draad mogelijk te maken.
* De boog na het afsmelten van de draad vanzelf ontstaat en stabiel blijft tot de volgende kortsluiting.
* Bij de hoge draadaanvoer snelheden, tot meer dan 10 meter per minuut, booglengte variaties worden gecorrigeerd.
Booglengte variaties ontstaan doordat de lasser zijn hand niet op een constante hoogte van het werkstukoppervlak kan houden.
Vooral bij hoge draadaanvoer snelheden kan de lasser deze correcties niet maken.
Om deze werking van de machine te verkrijgen maken we bij het MIG/MAG lassen gebruik van een machine met een “Vlakke” stroom spanningkarakteristiek.
In de grafiek staat op de verticale as de boogspanning van de gelijkrichter en op de horizontale as de stroomsterkte.
De schuin verlopende lijn is de verhouding tussen stroomsterkte (U- ampère) en spanning (V- Volt).
Uit de grafiek kunNEN we opmaken dat bij verandering van de stroomsterkte de spanning veel minder veranderd.
Dit is prima toepasbaar omdat tijdens het lassen:
* Er een weerstand op kan treden in de draad aanvoer door weerstand in het pakket.
* Kleine veranderingen in de booglengte door beweging van de lassers hand.
Om deze veranderingen te kunnen corrigeren, moet er een bepaalde verhouding tussen stroomsterkte en draadaanvoer snelheid zijn om een constante booglengte te kunnen houden.
Bij toenemende stroomsterkte is de aangevoerde hoeveelheid lasdraad groter.
Dankzij deze karakteristiek zal een ingestelde boogspanning , ondanks onregelmatigheden zichzelf herstellen.
Bij een MIG/MAG machine kennen we geen instelknop voor de lasstroom deze is namelijk gekoppeld aan de draadsnelheid.
Hoe meer draad hoe hoger de stroom. Wel kennen we een instelmogelijkheid voor spanning.
Dit kan een stappenschakelaar zijn of een potentiometer (fijnregeling).
Hoe meer stappen instelling er mogelijk zijn hoe beter de spanning ingeregeld kan worden.
We kennen stroombronnen in een compact uitvoering wat inhoud dat de draadaanvoer geïntegreerd is in de stroombron.
Andere uitvoering is met een losse draad aanvoereenheid.
Meer hierover in het hoofdstuk “DRAADAANVOER”.
By IND Web Design