Neem vrijblijvend contact met ons op: +31 (0) 24 645 00 66

Goed voorbereid MAG lassen van RVS

Een goede voorbereiding is het halve werk! Er zijn vele soorten RVS en elk heeft zijn eigen inzet –en toepassingsgebied. En daarnaast is roestvast staal een traagstollend materiaal. Vandaar dat we ons er altijd eerst van overtuigen met welke legering we te maken hebben en waar het eindproduct ingezet gaat worden. Op basis van deze informatie maken we de keuze voor het juiste lasproces en het toevoegmateriaal.

rvs mag lassen

Voorbereiden op MAG lassen:

  1. Welk materiaal hebben we? 304 ( 308), 316, 321, 347 etc.
  2. Hebben we de juiste lasdraad?
  3. Is onze lastoorts voorzien van de juiste onderdelen?
  4. Staat het juiste gasmengsel bij de machine?
  5. Met welke materiaaldikte hebben we te maken?
  6. Gaan we pulserend lassen of toch conventioneel?
  7. Nabehandeling?

Een handige tip voor het MAG lassen

Alvorens elke genoemde stap nader te belichten eerst even een tip en een aandachtspunt:

  • Bij een stompe lasverbinding, even de laskanten breken zodat we de te lassen naad goed kunnen blijven zien!
  • Zorg ervoor dat je werkplek goed schoon is, elk staaldeeltje dat op je roestvast staal komt kan voor beschadiging van je materiaal zorgen!

1. Welk materiaal wordt er gelast?

Elke RVS legering heeft zijn eigen percentage aan Chroom ( Cr) en Nikkel ( Ni) en bij sommige materialen is zelfs van belang of er wel of geen Silicium inzit. Daarnaast speelt ons koolstofpercentage ( C, ± 0,03 – 0,05%) een belangrijke rol in het materiaal. We spreken daarom ook wel van ferritische ( 11- 27% Cr) of martensitische ( 10 – 14% Cr) roestvaste staalsoorten, het meest toegepast worden de austenitische ( 12 – 25% Cr en 7 – 20% Ni) soorten. Daarnaast is het van belang om te weten waar ons eindproduct ingezet gaat worden:

  • Zeewaardig;
  • Levensmiddelen;
  • Hoge temperatuur of grote temperatuurwisselingen;
  • Interieur

Al deze factoren spelen een belangrijke rol in de keuze voor het las toevoegmateriaal.

2. Het juiste lasdraad

We hebben alle bovengenoemde punten afgevinkt en onze keuze voor een lasdraad bepaald. Echter er kan zich altijd een situatie voordoen dat we een aantal vragen niet beantwoorden kunnen en we niet zeker weten welk materiaal we hebben. Dan kun je het beste voor een 316 lasdraad kiezen. De reden hiervoor is dat een 316 een dusdanig Cr – Ni gehalte heeft dat hiermee de meeste materialen goed te lassen zijn. Daarnaast zijn er voor de dikkere materialen ook vuldraden leverbaar.

3. De lastoorts

We willen ons product graag goed afleveren en de keuze voor RVS materiaal is gemaakt omdat we niet graag roest op ons product zien. Daarom is het belangrijk om een teflon liner in onze toorts te plaatsen en een speciale kontakttip voor het lassen van RVS.
De reden hiervoor is dat als we onze liner gebruiken waar we zojuist staal mee hebben gelast de kopersulfide van die draad meegevoerd word en in het smeltbad van ons RVS terechtkomt en dit zorgt voor oxidatie. De uitzettingscoëfficiënt van RVS is anders dan van staal dus dat verklaart waarom we met een andere kontakttip gaan werken.

4. De juiste gasmengsel

We gaven in de inleiding al aan dat we gaan MAG lassen, dus dat betekent dat we gaan lassen met een actief gas. Voor het lassen van RVS is het raadzaam om argon met 2 – 3% Co2 te gebruiken. De Co2 in het gas zorgt voor een goeie inbranding. Daarnaast zijn er ook mengsels met O2 verkrijgbaar. Onze flow stellen we af vergelijkbaar met de flow die we toepassen bij het lassen van staal.

5. De materiaaldikte

De materiaaldikte zal bepalend zijn of we pulserend kunnen gaan lassen ( tot maximaal 8mm) of dat we met een normale machine aan de slag kunnen. Daarnaast bepaald de materiaaldikte ook met welke draaddiameter we gaan werken en zelfs of we met een massieve dan wel een gevulde draad aan de slag gaan. Ook bij roestvast staal kan het voorkomen dat we misschien wel moeten voorwarmen om op die manier korrelgroei te voorkomen. Deze korrelgroei zorgt voor verbrossing en op die plaatsen wordt het materiaal heel kwetsbaar.

6. Pulserend lassen of conventioneel?

Alvorens uit te leggen wanneer welk proces te kiezen is het van belang om te weten dat RVS een slecht thermisch geleidend materiaal is met een grote thermische uitzetting en een hoge rek. Bij dun materiaal ( ≤ 8mm) is het pulserend lassen de beste keuze van lasproces. Door het pulseren kunnen we de warmte inbreng behoorlijk beperken wat als voordeel heeft dat we de vervorming van het RVS in de hand kunnen houden. Zodra we in dikker materiaal terecht komen wordt onze voortloopsnelheid, dus warmte inbreng zo hoog dat we de vervorming niet meer in de hand kunnen houden en treden er ook andere zaken op die ons materiaal vernietigen. We gaan nikkel verbranden en daarmee veranderen we de eigenschappen van het roestvaste materiaal. Dus boven de 8mm plaatdikte is het beter om op conventionele wijze te lassen.

7. De nabehandeling

We zijn klaar met ons laswerk en nu kunnen we ons werkstuk niet zomaar buiten leggen!

Zoals aan het begin al opgemerkt is roestvast staal een traagstollend materiaal en dat betekent dat tijdens het stollen het smeltbad een verbinding aangaat met de buitenlucht. Als we niet nabewerken dan gaat onze lasnaad oxideren. Roestvast staal heeft een zogenaamde oxidehuid die we beschadigen tijdens het lassen. Door te beitsen en passiveren gaan we deze oxidehuid weer herstellen. Afhankelijk van het inzetgebied van ons product kunnen er nog meer vormen van nabehandeling worden toegepast, zoals:

  • Schuren en/of slijpen;
  • Polijsten;
  • Glasparelen.

Na dit verhaal over het MAG lassen van RVS kan ik me voorstellen dat er toch nog wel wat vragen zijn gerezen. Neem gerust contact op om deze vragen te stellen zodat we daar de juiste antwoorden op kunnen geven die voor JOUW product van belang zijn! Wij willen niemand ontmoedigen om roestvast staal te lassen, wij willen jullie alleen maar aanmoedigen om een topproduct af te leveren.